|
ONTSTAAN VAN DE EUTONIE met Gerda Alexander
|
||
In zijn inleiding op het boek van Gerda ALEXANDER " EUTONIE - Ein Weg der körperlichen Selbsterfahrung- " Kösel-Verlag geeft Alfons Rosenberg een brede schets van de voorafgaande bewegingen die aan het begin van de 2Oste eeuw te voorschijn komen in diverse takken van de menswetenschappen. Hij vermeldt de namen van hen die ertoe bijgedragen hebben om een nieuwe benadering van het lichaam te ontwikkelen: P. Delsarte, Leo Köfler, Jacques Dalcroze, G. Stebbins, C. Schaffhorst, H. Andersen, B. Mensendiek, H. Kallmeyer, Elza Gindler(1) , R. Bode, F.M. Alexander, H. Medau, de stichteressen van Loheland, de Güntherschool, R. von Laban, M. Wigman en Rosalia Chladek. Eveneens beschrijft hij de weerstand waarop deze vernieuwende mens-visie destijds stootte: de analytisch-wetenschappelijke geesteshouding die, ook nu nog, verspreid is in brede intellectuele kringen en in sommige bedrijfssectoren. Verwijzend naar de uitspraken van C. G. Jung legt Rosenberg er de nadruk op dat het Westen zijn eigen scheppende impulsen moet vinden, in de groei naar een "nieuw bewustzijn". Met de uitspraak van Gerda Alexander plaatst de schrijver de eutonie in deze stroming als een westerse weg die "door lichaamsbewustwording naar wezensbewustwording" leidt. Vanuit deze grondgedachte gaf Gerda Alexander reeds in 1929 cursussen aan kleuterleidsters en in volkshogescholen in de Scandinavische landen. Sinds 1945 hield zij internationale congressen en workshops in Europa, Israël, in de V.S.A. en in Latijns-Amerika. In 1959 noemt G. Alexander haar werk voor de eerste keer officieel "Eutonie" op een congres waarop 22 landen waren vertegenwoordigd, en waar tevens het werk van M. Feldenkrais en van Matthias Alexander werden voorgesteld. De G.A. 'eutonieprincipes' vormen een geniale basis voor de eutoniepedagogie. |
||